


Ik zocht naar houvast, een nieuwe richting, en viel terug op de aarde zelf. De oudst vastgelegde kennisbehoefte van de mens is een antwoord op de vragen ‘waar ben ik?’ en ‘welke tijd is het?’ Vragen waarop de Babyloniërs en de oude Egyptenaren al een rudimentair antwoord hadden. Zesduizend jaar later staan ons daarvoor landkaarten, navigatiesystemen, computers, horloges, atoomklokken en mobiele telefoons ter beschikking, maar aan de vraagstelling is niets veranderd.
Ik draaide mijn globes rond en bestudeerde het lijnenstelsel waarin de aarde was onderverdeeld. Omdat hij precies halverwege de polen is gelegen, vormt de evenaar de onbetwiste natuurlijke referentie voor breedtegraden. Bij lengtegraden ligt dat anders: de standaardmeridiaan van noord naar zuid kan in principe overal worden getrokken. Niet alleen de geografische plaatsbepaling met behulp van coördinaten, maar ook het tijdzonesysteem is gebaseerd op deze nulmeridiaan, die daarmee een prominente weerspiegeling vormt van de menselijke behoefte aan ordening.
De mondiale aanvaarding van Greenwich als bakermat van de universele nulmeridiaan
kreeg gestalte in 1884 tijdens een conferentie in Washington. Het zou een van de
meest succesvolle verdragen uit de menselijke geschiedenis worden: alle landen ter
wereld houden zich eraan. De Greenwich-
De nulmeridiaan loopt voor twee derde deel over water, hij doorkruist de continenten
Europa, Afrika en Antarctica, en slechts acht landen: Groot-
Maandenlang raadpleegde ik de kaarten en op een bepaalde manier ging ik van de geel
gemarkeerde lengtegraad houden: hij bood structuur. Langzaam maar zeker rijpte het
idee de nulmeridiaan helemaal af te reizen. Toen mijn besluit vaststond, kocht ik
een global positioning system-
Omdat ik vooral geïnteresseerd was in gebieden waar mensen wonen, mocht ik de zeeën en de polen overslaan. Ik reisde van noord naar zuid en zou dus beginnen in Tunstall, een dorp in het Engelse graafschap Yorkshire, het noordelijkste punt waar de meridiaan land ‘raakt’. Ik hoopte zoveel mogelijk dorpen en steden te bereiken die op de nulmeridiaan lagen en waar ik steeds op zoek zou gaan naar het absolute nulpunt: een lengtegraad van nul graden, nul minuten en nul seconden. Dat kon een afgelegen boerderij zijn, een raamkozijnenfabriek, een snackbar in een troosteloze voorstad, of een open riool in een sloppenwijk. Ik wist van tevoren niet wie ik onderweg zou ontmoeten en wat mij te wachten stond, maar steeds zou ik me kunnen vastklampen aan die ene onzichtbare lijn.
Op een regenachtige zomerdag vertrok ik uiteindelijk per veerboot naar Engeland.
In de haven van Kingston-